Glaucoom

Wat is glaucoom?

Anatomie oogElk oog heeft een zekere inwendige druk (oogdruk) die het normale, nauwkeurige functioneren mogelijk maakt. Indien er een probleem ontstaat met betrekking tot de oogdruk dan spreekt men van glaucoom (‘groene staar’). In deze gevallen is er meestal sprake van een verhoogde oogdruk, maar glaucoom kan ook ontstaan bij normale oogdrukken. Glaucoom is een sluipende ziekte. Omdat dit ziektebeeld in begin geen klachten geeft is het moeilijk op te sporen. Niet zelden komt men het per toeval op het spoor bijvoorbeeld omdat een patiënt een nieuwe bril nodig heeft. Bij een routine controle zal boven het 40e levensjaar dan ook altijd de oogdruk gemeten moeten worden. Indien er glaucoom in de familie voorkomt dan is het belangrijk dat directe familieleden zich na het 40e levensjaar laten onderzoeken op glaucoom, omdat de kans op glaucoom dan groter is.

Anatomie

Anatomie oogIn het voorste deel van het oog bevindt zich het kamerwater. Dit is een vloeistof aan de binnenzijde van het oog die zorgt voor de aanvoer van opbouwstoffen, de afvoer van afbraakstoffen en die er voor zorgt dat het oog een zekere druk heeft. Het verversen van dit kamerwater is een continue proces van aanvoer en afvoer. De aanmaak van dit kamerwater vindt plaats in een klein kliertje in het oog, het corpus ciliare; de afvoer vindt plaats in de voorste oogkamerhoek, waar specifieke structuren gelegen zijn die deze afvoer verzorgen. Bij glaucoom is er bijna altijd sprake van een stoornis in de afvoer van kamerwater. Door een tekort in afvoer stijgt de oogdruk.

Oogdruk

Wanneer we kijken naar de verdeling van de oogdruk in de bevolking dan zien we dat deze druk gemiddeld 16 mm Hg bedraagt. Omdat er spreiding is van normaalwaarden hebben we in het verleden afgesproken dat een ‘normale’ oogdruk ligt tussen 10 en 22 mm Hg. Een eerste kenmerk van de oogdruk is dat er meer mensen zijn met een relatief te hoge druk, dan dat er mensen zijn met een relatief te lage oogdruk. Een tweede kenmerk van oogdruk is dat deze een weinig toeneemt met het stijgen van de leeftijd. Boven het veertigste levensjaar neemt de oogdruk met ongeveer 1 à 2 mm Hg toe. Een derde kenmerk van oogdruk dat deze niet altijd precies dezelfde waarde heeft en dat dit veroorzaakt wordt door normale, dagelijkse schommelingen. Bij een persoon zonder glaucoom bedragen deze schommelingen 3 tot 4 mm Hg. Dus als iemand een oogdruk van 17 mm Hg heeft, dan zal deze schommelen tussen 15 en 19 mm Hg. Bij iemand met glaucoom, en zeker als de oogdruk hoog is, worden deze schommelingen ook gezien en zijn ze groter dan normaal. Dit is een kenmerk van glaucoom. Om deze schommelingen op het spoor te komen kan een zogenaamde dag-drukcurve gemaakt worden. Bij een patiënt wordt dan gedurende een dag een aantal malen de oogdruk gemeten.

Gevolgen van een ‘oogdrukprobleem’

In het oog bevindt zich het netvlies. Binnenkomend licht wordt in het netvlies omgezet in een elektrisch signaal en dit wordt via de oogzenuw (optische zenuw) naar de hersenen geleid. Elk oog heeft slechts één oogzenuw. Een dergelijke oogzenuw is opgebouwd uit 600.000 tot wel 1.400.000 zenuwvezels. Bij een verhoogde oogdruk wordt deze oogzenuw beschadigd. Het verloren gaan van vezels leidt tot een uitholling van de oogzenuw (ook wel excavatie genoemd). Een eenmaal beschadigde oogzenuw kan zich niet meer herstellen. Daar waar oogzenuwvezels verloren zijn gegaan kan geen signaal meer geleid worden van het netvlies naar de hersenen. De patiënt neemt daar dus geen licht meer waar. De reden waarom de oogzenuw beschadigd raakt is waarschijnlijk tweeledig. In de eerste plaats kan er een directe mechanische kracht uitgaan van de verhoogde oogdruk die invloed uitoefent op de zenuwvezels. Daarnaast is het zo dat de verhoogde oogdruk de bloedtoevoer kan belemmeren en zenuwvezels verloren kunnen gaan doordat ze verstoken blijven van zuurstof en opbouwstoffen. Dit laatste is ook waarschijnlijk de reden dat sommige mensen glaucoom krijgen terwijl de oogdruk niet verhoogd is. Indien ze reeds een slechte doorbloeding hebben van de oogzenuw dan kan deze ook bij normale oogdrukken in het gedrang raken.

De vezels die het eerst uitvallen bij glaucoom verzorgen de randen van het zien, het perifere gezichtsveld. Bij een dergelijke patiënt spreken we dan ook van beginnend gezichtsvelduitval. Omdat dit zich vooral aan de buitenste randen afspeelt heeft de patiënt niets in de gaten. Naarmate er echter meer vezels verloren gaan zal de beschadiging zich richting het centrale zien verplaatsen en pas in een laat stadium krijgt de patiënt klachten met kijken. Uit bovenstaand is duidelijk dat er dan reeds veel schade is opgetre­den. Indien het proces niet tot stand gebracht kan worden zal uiteindelijk ook het centrale zien verloren kunnen gaan.

Diagnose

De diagnose glaucoom kan op een aantal gronden gesteld worden. Allereerst natuurlijk via het meten van de oogdruk. Indien er een duidelijk te hoge druk gemeten wordt dan kan dit duiden op het bestaan van glaucoom. De oogdruk kan worden gemeten door een oogarts of door een opticien. Echter ook als de oogdruk normaal is kan glaucoom niet uitgesloten worden. Derhalve dient er een onderzoek plaats te vinden naar de oogzenuw. Dit is in het algemeen iets dat door een oogarts gedaan wordt. Na het geven van druppels die de pupil verwijden kan de oogarts met een oogspiegel in het oog kijken en zo de oogzenuw beoordelen. Indien de oogzenuw beschadigd is door glaucoom dan is dat in het alge­meen goed herkenbaar. Daarnaast kunnen aanvullende foto’s of scans van de oogzenuw gemaakt worden. Indien een patiënt verdacht wordt van het hebben of gaan krijgen van glaucoom, dan vindt aanvullend gezichtsveldonderzoek plaats. Met dit onderzoek wordt nagegaan of er reeds uitval van het gezichts­veld aanwezig is.

Vormen van glaucoom

Acuut glaucoom (nauw kamerhoek glaucoom)
Bij het acute glaucoom treedt er een plotselinge zeer ernstige verhoging van de oogdruk op. De patiënt bemerkt dit doordat het oog pijnlijk is en hard aanvoelt. Daarnaast is het oog rood en neemt het gezichtsvermogen fors af. Tenslotte treedt er een typische klacht op die geduid wordt als halo zicht (het zien van gekleurde kringen rondom lichtbronnen). Naast deze oogheelkundige klachten treden ook misselijkheid en braken op.

Chronisch glaucoom (open kamerhoek glaucoom)
Het chronische glaucoom komt veel vaker voor. Het beloop van deze vorm van glaucoom is geheel anders dan de acute vorm. Hierbij treedt een langzame en matige stijging van de oogdruk op. In het beginstadium hebben deze patiënten dan ook geen klachten, met name geen pijnklachten of klachten van het zien. Het chronische glaucoom is dan ook een sluipend ziektebeeld. Patiënten met het chronische glaucoom hebben een gestoorde afvoer van kamerwater maar dan in mindere mate. De reden waarom deze patiënten dit krijgen is niet bekend. Meestal treedt glaucoom op na het 40e levensjaar.