Netvliesloslating

Behandelingstraject

Het eerste poliklinische consult

U wordt verwezen door de huisarts of uw eigen oogarts in verband met een netvliesloslating. U komt dan meestal op het spoedspreekuur of bij de spoedarts terecht. U wordt hier gezien door een oogarts in opleiding die uw beide ogen helemaal onderzoekt. Als deze arts dit onderzoek verricht heeft, zal deze contact opnemen met een netvlieschirurg, die bepaalt welke operatie voor u het beste is. U wordt dan ingeschreven voor de operatie.

Verdoving (anesthesie)

Een goede verdoving (anesthesie) bij een operatie is belangrijk, dus ook bij een operatie aan het oog. Afhankelijk van de ernst van de afwijking kan de operatie een kwartier tot anderhalf uur duren. Bij een korte operatie is lokale verdoving standaard.

Planningsburo

Het plannings buro (op niveau 3) zorgt voor de juiste operatiedatum. U krijgt daar ook een formulier dat u in moet vullen voor de anesthesioloog. Op de dag van de ingreep, als u weer naar huis mag, kunt u niet zelf deelnemen aan het verkeer. Regel van tevoren vervoer naar huis en vraag, als dit mogelijk is, een familielid of naaste u te begeleiden. Ook de dagen na de operatie kunt u niet zelf deelnemen aan het verkeer, u hoort op de controle weer of u weer mag autorijden. Het is vaak raadzaam om gedurende de eerste 24 uur na de behandeling thuis of in de buurt iemand te hebben die u kan helpen als dat nodig is. Ook dient er een contactpersoon bereikbaar te zijn gedurende de tijd dat u in het ziekenhuis bent.

Operatie met lokale verdoving

 U gaat van niveau 3, naar de operatie afdeling. In de voorbereidingsruimte van de operatiekamer krijgt u geeft de anesthesist u een verdovingsinjectie in het oog wit. De pijn bij deze prik is van korte duur en te verdragen. Hierna zal het oog minder kunnen zien, nauwelijks of niet meer kunnen bewegen en ongevoelig worden voor pijnprikkels. Mocht u toch wat voelen, geef het aan, er kan altijd bijverdoofd worden. Het kan zijn dat u ook nog iets blijft zien, u kunt dit met de oogarts bespreken.
Kijk voor uitgebreidere informatie over verdoving bij een oogoperatie hier.

De dag van de operatie

Als u onder lokale anesthesie in onze oogtoren wordt geopereerd, meld u zich op het afgesproken tijdstip op niveau 3 (grijze verdieping), aan de rechterkant doorlopen. U wordt dan in een operatie stoel naar de operatie afdeling gebracht, niveau 4. U hoeft zich niet om te kleden, wel heeft u zich thuis gewassen, en net gewassen “warme”kleding aangetrokken. Eerst krijgt u bij de anesthesioloog een lokale verdoving. Afhankelijk van de ingreep is dit naast of in het oog. Bij netvlieschirurgie is druppelverdoving geen goede verdoving.

De OKDe OK

Voor patiënten onder algehele anesthesie moet u volgens de afspraken met de anesthesioloog op het anesthesiespreekuur, nuchter blijven en bent u eventueel gestopt met (bloedverdunnende) geneesmiddelen. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afgesproken afdeling. Na een opnamegesprek met de verpleegkundige krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Wanneer u een kunstgebit en/of contactlenzen draagt, moet u deze uitdoen. Tijdens de operatie draagt u een operatiehemd dat u aantrekt na het opnamegesprek. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling.

Resultaat

Na de operatie zal het zien in de loop van enkele weken tot maanden geleidelijk verbeteren. Hoe goed de werking van de gele vlek (het scherpe zien) zal worden hangt af van de oorzaak en ernst van de oogafwijking. Meestal zal het gezichtsveld zich vrijwel volledig herstellen. Het resultaat van de operatie is vaak moeilijk te voorspellen. Het uiteindelijke resultaat is pas na een jaar echt zichtbaar. De verwachtingen zullen voor de operatie zo goed mogelijk met u worden besproken. Soms zijn meerdere glasvochtoperaties nodig om het doel te bereiken. Als de ooglens bij de operatie verwijderd is en er geen kunstlens is ingebracht, zal u later een contactlens moeten dragen of wordt alsnog, met een extra operatie, een kunstlens in het oog aangebracht.

In 85-90% is een netvliesoperatie direct succesvol. Bij sommige mensen is een tweede, derde of meerdere operatie noodzakelijk. Het uiteindelijke succespercentage is 96-98%. De resultaten van de Universiteitskliniek voor Oogheelkunde Maastricht liggen boven de internationale norm. Ons centrum heeft een erkende top-expertise voor deze aandoening en er wordt voortdurend wetenschappelijk onderzoek verricht om het ontstaan beter te begrijpen en de resultaten verder te verbeteren. Jaarlijks publiceren onze medewerkers in internationale top-tijdschriften wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp en zijn er academische promoties met deze aandoening als onderwerp.

Welke complicaties kunnen optreden?

  • Zoals bij iedere operatie kan ook na een netvliesoperatie een nabloeding of infectie optreden. Bij een bloeding wordt het hele beeld plotseling wazig. Een bloeding verdwijnt meestal vanzelf. Een infectie komt zelden voor, maar kan ernstige gevolgen voor het zien hebben.
  • Als u nog niet aan staar geopereerd bent, zal enige tijd na een vitrectomie een staaroperatie nodig zijn. Bij patiënten op hogere leeftijd zal de staar zich binnen 1 tot 3 jaar ontwikkelen. Bij jongere patiënten kan dit veel langer duren. Het ontstaan van staar merkt u op door een langzame achteruitgang van de gezichtsscherpte.
  • Soms is na de operatie de oogdruk tijdelijk te hoog. De oogdrukverhoging wordt meestal met extra oogdruppels behandeld.
  • Soms treedt na de operatie (opnieuw) een netvliesloslating op. Bij een netvliesloslating valt een deel van het gezichtsveld weg. De kans op een netvliesloslating is het grootst in de eerste maanden na de netvliesoperatie. Het is verstandig in deze periode het gezichtsveld af en toe zelf te controleren. Dit kunt u doen door uw hand in het gezichtsveld te bewegen, terwijl u recht vooruit blijft kijken en het niet geopereerde oog dicht houdt. Uw hand moet dan rondom overal even goed zichtbaar zijn. Bij een netvliesloslating is meestal een nieuwe operatie nodig. Dit is in de meeste gevallen een vitrectomie.

Nabehandeling

Meestal blijft u tot enkele weken na de operatie oogdruppels gebruiken. Hechtingen hoeven niet te worden verwijderd, maar ze kunnen vooral de eerste week irritatie geven. Het oog blijft enkele weken wat gevoelig, rood en gezwollen en in die tijd zult u fel licht waarschijnlijk slecht verdragen. Na één tot enkele weken kunt u al uw bezigheden weer hervatten. Wanneer een cerclage-bandje is aangebracht, wordt na drie maanden uw brilsterkte aangepast. De brilsterkte zal ongeveer 2 sterktes veranderen, omdat uw oog door het bandje iets van vorm is veranderd.