Glaucoom

Medicamenteuze behandeling

Bij glaucoom hebben we meestal te maken met een te hoge oogdruk, alhoewel glaucoom ook bij een normale druk kan ontstaan. De oogdruk wordt geregeld door een continue aanmaak en afvoer van oogkamerwater. Bij glaucoom is bijna altijd sprake van een gestoorde afvoer. Medicijnen die de oogdruk verlagen doen dit in principe door óf de aanmaak te verminderen, óf de afvoer te verbeteren. Indien we spreken over medicamenteuze therapie dan hebben we het over oogdruppels, zalf, gel of tabletten.

De keuze voor een bepaalde medicamenteuze behandeling is onder meer gebaseerd op het soort glaucoom. De hoogte van de oogdruk speelt uiteraard ook een rol en tenslotte kunnen bijkomende oogheelkundige afwijkingen hierop van invloed zijn.

Bij de keuze voor een bepaald medicament is het oogdrukverlagend effect van groot belang. Niet alle oogdruppels geven evenveel oogdrukdaling. De keuze hangt dan ook weer samen met de hoogte van de onbehandelde oogdruk. Daarnaast hebben sommige druppels specifieke eigenschappen zoals een mogelijk beschermende werking op de oogzenuw of het verbeteren van de doorbloeding.

Een van de belangrijkste factoren voor de keuze van het medicijn wordt misschien wel ingegeven door de bijwerkingen. Daarbij kunnen naast plaatselijke (‘oog’) ook algeheel lichamelijke bijwerkingen optreden. Oogdruppels zullen namelijk met het traanvocht naar de neus afgevoerd worden. De binnenzijde van de neus is bekleed met slijmvlies waarin vele bloedvaatjes aanwezig zijn. Door opname in deze bloedvaatjes kunnen de oogdruppels in het bloed terecht komen en vervolgens overal elders in het lichaam, dus ook in de longen, het hart of de hersenen.

We onderscheiden de volgende hoofdgroepen van medicamenten:

De Beta-blokkers

(o.a. Betagan ®, Betoptic ®, Carteabak ®, Teoptic ®, Timogel ®, Timoptol ®, Timo-COMOD ®)
Deze middelen werken doordat ze de aanmaak van kamerwater remmen. Timolol is het middel uit deze groep dat het langst verkrijgbaar is en ongeveer 26-27% daling van de oogdruk geeft. Ongeveer 10% van de mensen aan wie een B-blokker wordt voorgeschreven reageert er niet op. Als patienten reeds een B-blokker gebruiken (bijvoorbeeld vanwege hoge bloeddruk) dan zal een B-blokker druppel minder oogdrukdaling geven. De belangrijkste bijwerkingen zijn oogirritatie (zoals dat voor de meeste oogdruppels geldt), hartklachten en benauwdheid.

Adrenerge agonisten

De alfa-2 selectieve groep (Alphagan ® en Iopidine ®) behoort tot de nieuwere generatie glaucoommiddelen. De oogdrukdaling bedraagt 18-25%. Iopidine wordt ook gebruikt ter preventie van drukpieken na een laserbehandeling. De werking berust zowel op een verbetering van de afvoer als een remming van de aanmaak van kamerwater. De belangrijkste bijwerkingen zijn allergische reacties, roodheid, droge mond, moeheid en hoofdpijn.

Carboanhydraseremmers 

(oogdruppels Azopt® en Trusopt® en tabletten Diamox®). Deze medicamenten werken door een vermindering van de aanmaak van kamerwater. De oogdrukdaling van de druppels bedraagt ongeveer 17-22%. Bijwerkingen van de druppels zijn voornamelijk lokaal: wazig zien, roodheid, branden en prikken. Ook een vieze smaak komt voor. 
Diamox®  tabletten geven een forse oogdrukdaling maar deze tabletten hebben vaak vervelende bijwerkingen: prikkelingen en tintelingen in handen en voeten, maag,-darmstoornissen, nierstenen en soms bloedafwijkingen. Dit betekent dat ze meestal maar kortdurend gebruikt kunnen worden.

Prostaglandine-agonisten 

(Lumigan®, Monoprost® , Saflutan®, Travatan® en Xalatan®). Ook deze groep van medicamenten verlaagt de oogdruk door een toename van de afvoer van kamerwater. De oogdrukdaling varieert tussen de  28 en 33% en daarmee behoren ze tot de krachtigste oogdrukverlagende medicamenten. De belangrijkste bijwerking zijn rode ogen, het bruiner worden van het regenboogvlies en langer worden van de wimpers.

Parasympathicomimetica 

(Glaucocare®, Pilocarpine®). Dit betreft de zogenaamde miotica, een groep van medicamenten die met name gebruikt wordt bij het nauw kamerhoek glaucoom. Ook bij het open kamerhoek glaucoom geven deze medicamenten een daling van de oogdruk, echter vanwege de tegenwoordige beschikbaarheid van andere medicatie (groepen 1-4) is de toepassing ervan beperkt. De meeste bijwerkingen zijn terug te voeren op een vernauwing van de pupil: wazig zien, slecht zien in het donker en pijn ter hoogte van de wenkbrauwen.  

Combinaties 

(Azarga®, Cosopt®, Combigan®, Dualkopt®, Duotrav®, Ganfort®, Simbrinza®, Taptiqom®, en Xalacom®). Het zou te ver voeren om alle mogelijke combinaties te bespreken. Het belangrijkste is te vermelden dat vele producten gecombineerd kunnen worden en dat het aantal medicamenteuze behandelingsmogelijkheden de laatste jaren fors is toegenomen.