Glaucoom

Operatie

De behandeling van glaucoom gebeurt in eerste instantie met medicijnen, meestal oogdruppels. Ook kan een laserbehandeling verricht worden. Deze behandelingen vinden allemaal plaats in de polikliniek.

De chirurgische behandeling van glaucoom, is de meest ingewikkeld en ook het meest belastend voor de patiënt. Als de oogarts heeft geconstateerd dat de behandeling van uw glaucoom niet goed verloopt met medicijnen en/of laserbehandeling (de oogdruk is te hoog of er zijn teveel bijwerkingen) is een operatie noodzakelijk om de oogdruk afdoende te verlagen.

Het pré-operatieve traject

Als u oogarts samen met u besloten heeft dat u geopereerd zal worden, wordt u allereerst verwezen naar de afdeling opname om daar in te schrijven. Doorgaans wordt de ingreep binnen enkele weken gepland, afhankelijk van de urgentie. Ook krijgt u een oproep door de afdeling anaesthesiologie voor een algemene lichamelijke screening. De ingrepen kunnen onder plaatselijke verdoving of onder narcose worden uitgevoerd. De keuze hiervoor wordt bepaald in het gesprek dat u heeft gehad met de oogarts. Ook wordt in dit gesprek bepaald of de operatie in dagbehandeling zal plaatsvinden of via een klinische opname (bij deze laatste blijft u doorgaans één nacht in het ziekenhuis slapen). Belangrijk is dat het eventuele gebruik van bloedverdunners voor de ingreep wordt gestaakt. Hoeveel dagen hangt af van de soort bloedverdunners. Ongeveer een week voor de geplande operatie wordt u nogmaals opgeroepen voor een laatste consult bij de oogarts. In dit consult wordt de oogdruk gemeten en wordt bekeken of er nog aanvullende maatregelen nodig zijn voor de operatie (bijvoorbeeld nog extra oogdruppels of tabletten). Ook wordt er een endotheelcelmeting verricht (een meting van de dikte van de cellaag die de binnenbekleding van het hoornvlies vormt). Deze laatste meting duurt ongeveer een uur. 

De operatie

TrabeculectomieMomenteel zijn de meest uitgevoerde operaties in onze kliniek de trabeculectomie en de plaatsing van een Baerveldt implantaat. Bij een trabeculectomie (bovenste afbeelding hiernaast) wordt, nadat het bindvlies is geopend, een klepje van het eigen oogweefsel vervaardigd waaronder een klein gaatje wordt gemaakt om het inwendige oogvocht, het kamerwater, beter te laten weglopen. Het klepje wordt daarna weer losjes teruggehecht en het bindvlies wordt gesloten. Bij een succesvolle ingreep vormt zich een vochtblaasje, de filterblaas, onder het bovenooglid. Als het oog eenmaal is genezen wordt dit doorgaans nauwelijks meer gevoeld. Vaak wordt bij deze ingreep Mitomycine-C op het klepje geappliceerd. Deze stof zorgt Baerveldt implantaatervoor dat de trabeculectomie niet snel kan dichtgroeien. Bij een Baerveldt implantaat (onderste afbeelding hiernaast) wordt een buisje in het oog geplaatst waardoor het kamerwater wordt afgevoerd. Het vocht loopt via een siliconen plaatje onder het bindvlies van het oog, waar het weer in de bloedbaan wordt opgenomen. Ook hier vormt zich dus een vochtblaasje onder het bovenooglid. 

Micro-invasieve glaucoomchirurgie

In onze kliniek wordt naast de eerder genoemde "standaard" glaucoomoperaties (trabeculectomie en Baerveldt glaucoomimplantaat) ook onderzoek gedaan met nieuwe, micro-invasieve chirurgie. Bij micro-invasieve chirurgie worden kleine implantaatjes ("stentjes") in het oog gebracht. Deze chirurgie is minder belastend voor het oog omdat er maar een kleine toegangsweg tot het oog nodig is. Na de operatie heeft men minder last van het oog en het herstel gaat vaak sneller. Deze ingrepen worden altijd onder plaatselijke verdoving uitgevoerd (narcose is niet nodig).
Van twee producten worden de effectiviteit en veiligheid in studieverband onderzocht:

AqueSys-XEN® gel stent
De AqueSys-XEN gel stent heeft de vorm van een draad en is gemaakt van een gelatineachtige stof. Dit materiaal wordt goed verdragen door het lichaam. Omdat het zacht en vervormbaar is vormt het zich goed naar het oog. Het implantaat is ongeveer zo dun als een haar, en wordt via een klein sneetje in het hoornvlies in het oog gebracht met een injector (een soort injectiespuitje). Op de plaatjes hieronder ziet u hoe het implantaatje in het oog wordt ingebracht.

AqueSys-XEN gel stent

Het implantaatje voert het overtollige inwendige oogvocht (het kamerwater) af van de voorste oogkamer naar buiten. Wel zit hierover nog het bindvlies als bedekking, zodat het implantaatje niet bloot op het oog ligt. Door het afgevoerde kamerwater vormt zich een klein filterblaasje onder het bindvlies. Net als bij de trabeculectomie word bij de operatie mitomycine-C gebruikt om dichtgroeien van het filterblaasje tegen te gaan.

InnFocus MicroShunt® (MIDI Arrow)
InnFocus microshuntDe InnFocus microshunt is een dun en buigzaam stentje. Het is gemaakt van een speciaal materiaal: "SIBS" (Poly(styrene-block-isobutylene-block-styrene)). SIBS wordt ook gebruikt in stents bij open hartchirurgie. Bij de ingreep wordt allereerst een klein flapje gemaakt van het bindvlies. Daarna wordt via een klein sneetje in de oogbol het buisje ingebracht waardoor het kamerwater afgevoerd wordt. Het materiaal is zo gekozen dat het dichtgroeien van het flapje remt. Daarnaast wordt om dichtgroei te remmen ook bij deze operatie vaak mitomycine-C gebruikt. Tenslotte wordt het bindvliesflapje met enkele hechtingen gesloten.
Op de plaatjes hiernaast ziet u hoe de InnFocus microshunt in het oog wordt geplaatst, en hoe klein het stentje is.
Vooralsnog is de Universiteitskliniek voor Oogheelkunde Maastricht de enige kliniek in de Benelux die de InnFocus Microshunt implanteert.

Postoperatief traject

Na glaucoomoperaties is intensieve nazorg nodig, in de eerste 6 weken tenminste 1x per week, in de eerste twee weken na de operatie doorgaans vaker. Dit is nodig om de oogdruk en de genezing van het oog goed in de gaten te houden. Na de operatie worden de oogdrukverlagende medicijnen vaak gestaakt, maar het kan zijn dat er toch na enkele dagen tot weken weer iets gebruikt moet worden. Zeker bij een Baerveldt implantaat is het vaak nodig om blijvend oogdrukverlagende druppels te gebruiken, om de oogdruk mooi laag te houden. Na de operatie wordt u in elk geval 6 weken, maar vaak langer, behandeld met ontstekingsremmende druppels. Dit is nodig om een goed resultaat te bereiken. De gezichtsscherpte is na een glaucoomoperatie verminderd omdat het oog van de operatie moet genezen. Deze herstelt langzaam weer, maar dit kan weken, soms maanden, duren. Houdt dus rekening met veelvuldige controles en plan geen vakanties e.d. vlak na een glaucoomoperatie!

Mogelijke complicaties

De belangrijkste complicatie is het versneld optreden van cataract (grijze staar), bij een meerderheid van de patiënten. Vaak is er dan ook in tweede instantie nog eens een staaroperatie nodig. In het begin kan de oogdruk te hoog of te laag zijn. Dit kan doorgaans poliklinisch bijgestuurd worden door de medicatie aan te passen, of (bij trabeculectomie) hechtingen uit het flapje door te laseren. Soms is de oogdruk gevaarlijk laag, dan kan er een dikke vloeistof in het oog gebracht worden (visco-elasticum). Ook dit kan poliklinisch. Zeer ernstige complicaties, zoals bloedingen achter in het oog of infecties, zijn gelukkig zeer zeldzaam. Als deze optreden, kunnen ze echter wel tot blijvend verlies van gezichtsvermogen leiden.

Natraject

Controles blijven levenslang nodig. Als het oog goed is hersteld vinden deze doorgaans 2x per jaar plaats. Helaas stijgt bij een aantal mensen de oogdruk na verloop van tijd soms weer. Het kan dan noodzakelijk zijn opnieuw te opereren. Ook kan na verloop van tijd de oogdruk te laag worden, vaak omdat het filterblaasje dan te dun wordt of te hard werkt. Ook dan kan een nieuwe ingreep noodzakelijk zijn. In onze kliniek verrichten we daarnaast regelmatig metingen van het endotheel (de binnenbekleding van het hoornvlies). Deze vinden plaats voor de operatie en na 3, 6 en 12 maanden na de ingreep. Daarna blijven we jaarlijks controleren.

folder glaucoomoperatie